
Vanaf 1 januari 2008 is in het kader van de Europese richtlijn EPBD in ons land het energielabel verplicht. Aan de hand van dit label wordt de energieklasse van huizen en gebouwen bepaald. Zo wil de overheid door marktwerking de investering in energiezuinige technieken stimuleren, ook in de bestaande bouw. Bij verkoop en verhuur zullen panden in een hogere energieklasse immers meer opbrengen.
De Europese richtlijn voor de energieprestatie van woningen en gebouwen, Energy Performance of Buildings Directive (EPBD), is in ons land van kracht op 1 januari 2008. Zo staat het in het Besluit energieprestaties van gebouwen (BEG) en de bijbehorende regeling (REG), die eind 2007 door de overheid zijn gepubliceerd. Dit betekent onder meer dat de energieprestatie van bestaande woningen en gebouwen in een klasse dient te worden vastgelegd op een energielabel. Dit certificaat moet worden overlegd bij aan- en verkoop van woningen en gebouwen, of bij het opnieuw verhuren ervan. De verwachting is dat dit beleid de toepassing van innovatieve installatietechniek in de bestaande bouw zal stimuleren.
EPBD
De Europese richtlijn EPBD wordt in twee fasen geïmplementeerd. Op de korte termijn wordt nog gebruik gemaakt van de in ons land reeds bestaande instrumenten. Dat is voor nieuwbouw de energieprestatienorm (EPN) waarmee de energieprestatiecoëfficiënt (EPC) van woningen en gebouwen wordt berekend. De maximaal toegestane EPC wordt door de overheid bepaald.
Voor de bepaling van de energieprestatie van bestaande bouw, uitgedrukt op een energielabel, wordt de huidige EPA-bepalingsmethode (energieprestatieadvies) in vereenvoudigde vorm toegepast. De kwaliteit en onafhankelijkheid van de inspecteur die de beoordeling uitvoert, wordt door de markt zelf gewaarborgd in de vorm van een beoordelingsrichtlijn (BRL) zoals die nu ook bij andere installatietechnische vakdisciplines wordt gehanteerd. Dit is een voorlopige situatie.
| < Vorige | Volgende > |
|---|


